Artikel Maatschappij en samenleving

Van functie, naar status, naar betekenis.

Van functie, naar status, naar betekenis.

Waar we in 1800 nog leefden in een agrarische cultuur en vooral de functie van een product belangrijk vonden, zijn we rond 1850 verschoven naar een industriële cultuur waar status steeds belangrijker werd en het startsein van overvloed klonk. De industriële cultuur maakte in 1990 plaats voor de data cultuur, de cultuur die ontstond naar aanleiding van digitale technologieën en die ons heeft gebracht tot de dag van vandaag. Een cultuur waarin de betekenis van producten er weer toe doet.

Als je het mij vraagt, klinkt dat in eerste instantie best vreemd, een waarde als betekenis in een samenleving gefundeerd op data. Door de stroom van digitale media en mogelijkheden lijken we ons namelijk offline steeds meer af te zonderen van elkaar. Ga maar eens een dag reizen met het openbaar vervoer en je ziet wat ik bedoel, mensen zitten continu naar hun smartphone te staren en ja, stiekem ben ook ik er daar één van.
Toch is het in diverse sectoren zichtbaar dat we ons bewuster zijn van onder andere ons huidige consumptiepatroon, ons eetgedrag, de manier waarop we nu met het milieu omgaan, onze vergankelijkheid en daarnaast ook onze maakbaarheid. Diverse protesten van de afgelopen jaren laten zien dat we ons bewust zijn van de economische en sociale ongelijkheid in de wereld, maar ook van de macht die autoriteiten op dit moment nog hebben. Dat terwijl we zijn aangekomen in een tijdperk waarin we leven in (sociale) netwerken waarin er geen sprake is van groot leiderschap en autoriteit, maar juist van gelijkwaardigheid en wederzijdse afhankelijkheid.

We lijken weer terug ‘mens’ te worden.

Zoals Henk Oosterling in de Premselalezing van 2009: "Dasein als Design" al beschreef: “Met de overgang van schaarste naar overvloed wordt overleven samenleven. Wat werkelijk schaars wordt in onze overvloedwereld is menselijke aandacht. De wederzijdse aandacht die Web 2.0 faciliteert, levert de digitale basis voor interesse”. Laten we nu al even zijn aangekomen in Web 3.0, maar wat Henk Oosterling hier schetst kan wel prima verklaren waarom we in een data cultuur opzoek zijn naar betekenis. Emotionele waarden worden weer belangrijk. We zijn ons bewust van het feit dat het leven niet meer om status draait, maar om betekenissen. Niet alles is te koop en geld is niet altijd het middel waarmee je jezelf zaken kunt toe-eigenen. We willen weer weten waarom we bepaalde zaken kopen maar vragen dit ook aan de bedrijven die producten of diensten produceren. Waarom produceren jullie deze? Of zelfs: Waarom is het bedrijf überhaupt ontstaan? Wat het bedrijf te bieden heeft, wordt veel minder belangrijk voor de consument wanneer het bedrijf niet kan vertellen waarom ze nou daadwerkelijk ooit zijn begonnen met de productie ervan. We willen betekenissen kopen en ons kunnen identificeren met een bedrijf aan de hand van hun waarden. Wanneer de waarden van dit bedrijf niet overeen komen met de zaken die het bedrijf produceert qua producten of diensten, kunnen we ons hier ook niet mee identificeren. Bedrijven en organisaties worden persoonlijker. Een persoon die ineens een volledig ander bestaan gaat leven waarbij hij zijn volledige kledingstijl aanpast en zijn manier van leven, roept vragen op bij zijn omgeving. Dit zelfde geldt voor een bedrijf. Een bedrijf dat van de één op de andere dag ineens een ander imago schetst en zo aan zijn identiteit voorbij gaat, creëert bij de klant verwarring. De klant dacht een bedrijf te kennen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Hoe zou dat voelen als je een bedrijf ziet als een gelijkwaardig persoon? Als iemand binnen je vriendenkring?

Transparantie in conflict met vertrouwen

We willen volledige transparantie. Ons ‘wereldwijde web’ zorgt er al voor dat we daadwerkelijk overal een kijkje in de keuken kunnen nemen. We reizen visueel de hele wereld over en verbinden ons aan diverse netwerken. Aan netwerken waar sprake is van individuele ontplooiing binnen een collectief. Binnen een collectief waarbij men wederzijds afhankelijk is en vooral: gelijkwaardig. Een netwerk waar binnen men dezelfde interesses en belangen heeft en men voor elkaar iets wil kunnen betekenen. Zowel om er zelf beter van te worden als om hun belangen waar te maken want: “Samen staan we sterker dan alleen”. Dit weten we dan ook dondersgoed. Ons netwerk opent nieuwe deuren en laat ons inzien dat wanneer we de handen ineen slaan, we onze ambities makkelijker kunnen waarmaken. Zowel onze ambities als individu, als onze ambities als groep zijnde. We zijn ons er prima van bewust dat er zaken anders moeten en dat we dit grotendeels zelf in de hand hebben. Toch brengt deze volledige transparantie ook nadelen met zich mee, althans, het is maar door wiens ogen je het bekijkt, zoals Johan Cruijf zou zeggen: "Elk nadeel heb zijn voordeel". Volledige transparantie en een steeds kritischere en mondigere consument betekent een continue strijd van vertrouwen en wantrouwen. Mensen nemen niet zomaar meer zaken van elkaar aan en ieder persoon kan zelf de detective uithangen om te checken wat voor hem of haar de waarheid is. Al is een leugen nog zo snel, Google, Twitter, Facebook of Geenstijl achterhalen hem wel.

Deel LinkedIn E-mail

Tony op uw podium?