Artikel Innovatie

Het einde van het internet

Het einde van het internet

Een jaar of 17 geleden is het internet in onze huiskamers verschenen. De adoptie ervan is heel hard gegaan. in 2011 had 94% van de Nederlanders een internetaansluiting, maar afgezien van de groei in het gebruik ben ik niet echt onder de indruk van het Net na 17 jaar. Wat mij betreft verdwijnt het internet zo snel als het gekomen is!

Ik kom ze vaak professioneel tegen en in mijn timeline stikt ervan, mensen die zeggen dat ze gek zijn van online. Lachend zeg ik dan iets van: " Goh....., ........." terwijl ik voorzichtig doorloop en geen onverwachte bewegingen probeer te maken. Ik heb echt geen idee waar die mensen het over hebben als ze zeggen: "Ik ben dol op online!". Ik stel me een situatie voor in huishoudens met online- liefhebbers: "Ik ga morgen nog even een paar slippers halen voor op de camping."....." Geef me even schatje, ik zoek ze wel online.". De sukkel vindt snel een site met slippers, maar wordt afgeleid door SD kaarten die in de aanbieding zijn en verdwaalt vervolgens online na het nieuwste nieuwtje over facebook. Dat laatste moet natuurlijk op Twitter.

Ik laat al het moois dat het internet ons heeft gegeven voor wat het is (vraag daar bovenstaand beschreven persoon eens naar) en ga in op de grote teleurstelling die het internet is.

Teruggeworpen naar het stenen tijdperk

Toen ik me voor het eerst online begaf, bestonden websites uit statische informatie over bedrijven. Ok, het is allemaal iets minder statisch, maar de meeste sites zijn nog steeds bakken en bakken met informatie over bedrijven. Eigenlijk was het 'toen' zelfs beter, in één overzicht wist ik het meest belangrijke over het bedrijf. Nu heb ik tientallen klikjes nodig om me door al die gepushte informatie heen te worstelen. En toegegeven, het is allemaal wat interactiever nu. Al moet ik direct zeggen dat de telefoon vaak sneller is dan het contactformulier en zelfs de webcare medewerker. Die laatste moet het vaak 'even gaan vragen' omdat hij/zij geen bevoegdheden heeft om op inhoudelijke zaken in te gaan.

Internet laat ons eenvoudig kopen op elk moment dat we willen. Het internet vergeet daarbij te vertellen dat wat we kopen niet gelijk mee naar huis kunnen nemen. Je haalt het een paar dagen later bij je buur op, die geïrriteerd is maar vriendelijk blijft. Je kunt ook geen vragen stellen over je potentiële aankoop. Normale interactie faciliteert een internet namelijk niet (de autisten die engagement willen met een chatbot of een contactformulier fijn vinden daargelaten). De medewerker is op het internet vervangen door FAQ en door een ondoordringbaar woud van meningen van mensen die je niet kent.

Ik zoek een flesje riesling bij het hoofdgerecht vanavond. Ik maak mijn behoefte kenbaar bij de wijnhandel die ik bezoek, maar de eigenaar komt met een fles Barolo aan. Ik vertel hem dat ik iets persoonlijker advies wil en maak hem nogmaals duidelijk dat ik op zoek ben naar een Riesling. Vervolgens komt hij aan met een Sauvignon Blanc aan. Die is iets meer in de buurt, maar het advies blijft totaal onacceptabel. Je zou het spam kunnen noemen. In de online wereld vinden we dit blijkbaar wel acceptabel. Het percentage van bezoekers dat op een banner klikt is minder dan 1 procent. Daarmee spammen we dus meer dan 99% van de bezoekers. Via Behavioural Targetting gaan we relevantere adviezen geven online. Het internet vertelt ons daarbij weer niet dat de relevantie verdubbelt, maar dat we daarbij nog steeds meer dan 98% van de bezoekers spammen.

Wat me nog het meest irriteert aan het internet en de internet lievende mens, is dat ze ervan uitgaan dat mensen rationeel zijn. "Gemak en eenvoud is wat klanten willen" hoor ik de internetstrategen roepen. "Mensen willen prijzen vergelijken online" zeggen de online marketeers. Als er weinig onderscheid is zullen mensen inderdaad vergelijken op prijs. Als mensen zo rationeel waren dat eenvoud en gemak het onderscheid zou maken, dan zou Abercrombie & Fitch geen rij voor de deur hebben en ik zou geen Alfa Romeo rijden. Online-liefhebbers zouden hun Zafira's en Scenics al lang ingeruild hebben voor Toyota Aurissen. Longartsen zouden nooit roken.

Dinosaurussen sterven uit?

Ik ben een positief mens. Over 60 jaar is deze generatie van online-liefhebbers overleden en gaan we een mooie toekomst tegemoet. In die toekomst is geen plaats meer voor internet. Sinds een jaar ofzo zet mobilisering van het internet flink door, daarmee is de eerste stap gezet. Mede door de ver-apping van het mobiele web verdwijnt het web naar de achtergrond. Ik kijk op Buienradar of ik binnen of buiten moet gaan tennissen en gebruik Nike+ om mijn progressie op hardloopgebied te monitoren. Ik zit niet 'te internetten'. Nu internet zich met steeds meer voorwerpen gaat vermengen, wordt het zowel wezenlijker als onzichtbaarder. Internet is geen plek meer waar je naartoe gaat (bij een bureau met een scherm), maar essentieel als elektriciteit, beschikbaar als water uit de kraan.

De toekomst zonder internet

Hoe ziet die toekomst zonder internet er dan uit? Hoewel de meeste mensen (59% zelfs) het oneens is met de stelling dat het internet zijn huidige vorm niet zal behouden, zie ik drie wezenlijke veranderingen:

- Internet als interface verdwijnt naar de achtergrond en wordt meer en meer een 'stroomkabel' waarover informatie wordt verstuurd, niet perse gepresenteerd. De in-your-face websites worden vervangen door functionaliteiten. Een mooi voorbeeld daarvan is Siri dat Apple op de iPhone 4S heeft geïntroduceerd. Je stelt aan Siri een vraag of geeft haar een opdracht. Ze haalt de informatie weliswaar van het internet, maar je interactie verloopt met Siri, niet met het WWW. Mooi is ook Golfshot, een app die internet en GPS gebruikt om je te adviseren over je clubkeuze en je golf te analyseren aan de hand van statistieken. Daarnaast gebruikt de app augmented reality om je de afstanden tot bepaalde hindernissen en de green te geven. Je kunt bij wijze van spreken je caddy ontslaan. 

- Het internet word mijn internet. Als ik een webpagina bezoek of zoek in Google krijg ik heel veel niet relevante informatie. Ik heb zelf nog nooit op een banner geklikt. Dat zegt iets over de relevantie ervan. Als ik in Google een vraag intik, krijg ik een hoop links, maar niet het antwoord. Twitter doet het wat dat betreft al beter, daar krijg ik wel direct antwoord op mijn vraag. Je profiel zal de grote katalysator worden. Ik bepaal zelf al wie ik volg en wie niet. Ik creëer daarmee een eigen vacuüm van informatie, niet het nieuws bepaalt mijn wereld, maar mijn nieuws. Locatie diensten zullen de volgende stap zijn. Onze telefoons weten waar we zijn en apps als Around Me laten zaken in de buurt zijn die relevant voor je zijn, op basis van jouw profiel. Google Now gaat een stap verder en probeert te weten wat jij wilt al voor je het zelf weet. Niet het web is de toekomst van het internet, maar diensten die alle informatie weten te filteren op basis van jouw context en behoeften. 

- De interactie met het internet wordt menselijk. Dat komt niet alleen omdat de content in toenemende mate door mensen wordt gecreëerd die geen online specialisatie hebben. Het internet wordt voornamelijk menselijk door de manier waarop we ermee interacteren. Apps zorgen er al voor dat we acties veel makkelijker kunnen uitvoeren en dat we content op een meer ergonomische manier kunnen consumeren. Naast Siri zorgt ook Google Voice er voor dat we via spraak kunnen communiceren met content en technologie. Niet de nerds, maar de UX designers en ergonomen zijn aan zet om de volgende stap te zetten naar een internet dat minder op een hindernisbaan lijkt en net iets minder irritant is.

Elektriciteit is pas echt sexy

Zouden de internetmensen met: "ik houd van online" niet eigenlijk bedoelen dat ze elektriciteit geweldig vinden. Dat is uiteindelijk waardoor ze online kunnen gaan, de essentie van hun passie. Van mij mogen ze allemaal best een keer aan een stopcontact likken.

Deel LinkedIn E-mail

Tony op uw podium?